Paarse Vrijdag is geen protest, geen luid roepen op een plein, geen politieke discussie waar je als gemiddelde Nederlander misschien liever ver van blijft. Het is eigenlijk een vriendelijke uitnodiging. Een zacht tikje op de schouder dat zegt: hé, wist je dat het leven voor sommige mensen nóg ingewikkelder is dan je misschien denkt?
Want lhbtqi+ zijn gaat in de praktijk vaak over hele gewone dingen. Over nadenken voordat je iemand een hand geeft op straat. Over afwegen of je op een verjaardag wel eerlijk vertelt wie je leuk vindt. Over het ongemakkelijke moment waarop je moet kiezen tussen jezelf zijn of jezelf voor de zekerheid even iets kleiner maken.
En het bijzondere is: de meeste mensen die geen lhbtqi+ zijn, hoeven daar niet over na te denken. Net zoals je niet hoeft na te denken of iemand vreemd opkijkt als je vertelt over je partner. Of dat iemand ineens een grapje maakt dat een beetje pijn doet – niet gemeen bedoeld, maar toch.
Paarse Vrijdag gaat precies dáárover. Niet over grote meningen, maar over kleine momenten. Over de vraag: Hoe zou mijn dag eruitzien als ik me steeds moest afvragen of ik wel gewoon mezelf kon zijn?
Die paarse kleur is een soort knikje: “Ik zie je. Je bent oké. Je hoort erbij.” En daar hoef je geen activist voor te zijn. Je hoeft geen manifest te schrijven of ingewikkelde termen te kennen. Het begint met iets heel eenvoudigs: begrijpen dat iemand anders’ alledaagse leven soms minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.
Misschien is dat de kracht van Paarse Vrijdag. Het maakt iets zichtbaar dat meestal onzichtbaar blijft. En het vraagt niks van je, behalve één ding – een beetje aandacht. Een klein beetje nieuwsgierigheid. Een moment waarop je denkt: hé, hoe is dat eigenlijk voor iemand anders?
In Losser is er een inclusiewerkgroep die bestaat uit mensen met eigen ervaringsdeskundigheid. Zij laten zien dat je mag zijn wie je bent. Met dezelfde boodschap als Paarse Vrijdag zet de werkgroep zich in voor een gemeenschap waarin iedereen zichzelf kan en mag zijn.